Jaren '50, Gladiolenlaan. Bijna Heemskerk. Spelen op 'de batterij', oftewel 'lunet'. Verstoppertje spelen in het gangenstelsel, gemaakt door de Duitsers. Spelen met buurkinderen van de Kleine Houtweg. Onze oude buurman Beentjes bewaakt het domein als zijn bloedeigen kind! Wee degene, die het waagt een voet op 'zijn' batterij te zetten. Een kat en muis spel volgt dan al snel.
Achter het open schootsveld, na de bescherming van het bos, ligt de grote sloot: de grensrivier. Daarachter nog geen bouwland of viooltje te bekennen, maar uitgestrekte graslanden met koeienvlaaien en pinksterbloemen.
Hutten bouwen in het bos. En als het weer het toelaat, schepen we ons in voor een vaartocht over de grote sloot, richting de Nollen. Een oude wortelspoelbak als zeewaardig jacht. Proviand mee om scheurbuik te vermijden en vooral stil blijven zitten, want één onverhoedse beweging en hij kapseist!! Als roeispanen gebruiken we een lat of onze armen. Een echte man als kapitein en roerganger en varen maar!
Terug van de reis weer in veilige haven aangekomen, wordt het tijd om een vis te vangen. Nee, niet voor de consumptie, maar louter voor ons eigen aquarium, in de vorm van een uit de kluiten gewassen jampot.
Moeders oude nylonkous met ladder is een uitstekend schepnet, of bij gebrek hieraan een conservenblikje met een stok er door. De buit wordt op straat uitgezocht en de stekelbaarsjes verhuizen met wat kroos van de sloot naar de pot.
Dan wordt ‘t winter, vissen en kikkers duiken in de modder. De grote grensrivier verandert in een prachtige ijsbaan. Kou trotserend, dik in de truien en broeken, doorlopers in de ijzige handjes. Beukend tegen de smerige noordoosten wind schaatsen wij het weiland in!
Blauw van de kou, bevroren handjes en oren, terug bij de warme kachel, waar de chocolademelk staat te dampen.
Verhaal verteld op: 09-12-2005