In het zand een rottende bruinvis, aangevreten door stormmeeuwen die er hun jong mee voeden. Het strand weer helemaal voor mij alleen. Op het water drijven ballonnen die visnetten markeren. Een stuk van een zeebaars komt net boven de waterlijn uit. De zeehond heeft zijn honger gestild. Visdiefjes scheren schetterend langs het water. Alleen een trap markeert de plek waar 's zomers paviljoen de Vrijheit staat.
Kijkend naar het noorden, zie ik bij strandpaal 47 een gezin. Vader zet de tent op. Moeder slaat houten haringen in het zand. Wij spelen in het pierebadje en bouwen enorme zandkastelen. De gebreide badpakjes zijn opeens veel te groot. 's Avonds rood en rozig op de fiets naar huis.
Slepend met emmertjes, strandscherm en garnalennet veroveren wij met zoon en dochter onze plek bij paal 47. Voorzichtige kinderpasjes in het warme zand. Verse garnalen bij ondergaande zon. Verkleurde velletjes thuis tussen de koele lakens.
Kleinzonen dansen langs het water. Het wordt steeds later.
Zee en zand: een verslaving.
Verhaal verteld op: 20-11-2007